Een fietser die door rood rijdt en wordt aangereden, is niet automatisch zelf verantwoordelijk voor alle schade. Ook een voetganger die buiten een zebrapad oversteekt, kan bij een ongeval recht hebben op schadevergoeding. Dat komt doordat fietsers en voetgangers in het Nederlandse verkeersrecht extra worden beschermd.
Deze bescherming geldt vooral bij aanrijdingen met auto's en andere motorrijtuigen. De wet houdt rekening met het verschil in kwetsbaarheid tussen de betrokken verkeersdeelnemers. Een verkeersfout van een fietser of voetganger betekent daardoor niet zonder meer dat de aansprakelijkheid vervalt.
Wij hebben een cliënt bijgestaan die op de fiets door rood licht reed en vervolgens betrokken raakte bij een ongeval met een automobilist. Door zijn letsel kon hij niet meer werken en kwam hij financieel in de problemen.
Bij onze eerste kennismaking vroegen wij waarom hij enkele maanden had gewacht voordat hij juridische hulp zocht. Hij vertelde dat hij ervan uitging zelf aansprakelijk te zijn. Hij was immers door rood gereden en beschouwde zijn zaak daarom als verloren.
Die conclusie bleek voorbarig. Ook wanneer een fietser zelf een verkeersfout maakt, kan de automobilist op grond van de bijzondere aansprakelijkheidsregels gehouden zijn een deel van de schade te vergoeden. De omstandigheden van het ongeval bepalen uiteindelijk hoe de aansprakelijkheid wordt verdeeld.
Wat zijn zwakke verkeersdeelnemers?
Met zwakke verkeersdeelnemers worden vooral fietsers en voetgangers bedoeld. Zij zijn bij een botsing met een motorvoertuig lichamelijk kwetsbaarder dan de bestuurder of inzittenden van een auto. Een fietser of voetganger heeft immers nauwelijks bescherming tegen de kracht van een botsing.
Daarom heeft de wetgever in artikel 185 van de Wegenverkeerswet (WVW) een bijzondere aansprakelijkheidsregeling opgenomen.
Deze regeling is onder meer relevant voor:
- Voetgangers die worden aangereden door een auto, motor of ander motorrijtuig.
- Fietsers die betrokken raken bij een aanrijding met een motorvoertuig.
- Bestuurders van gewone elektrische fietsen met trapondersteuning tot 25 km/u.
- Kinderen die lopend of fietsend bij een verkeersongeval betrokken raken.
Een bromfiets, scooter of speedpedelec wordt juridisch anders behandeld dan een gewone fiets. De bijzondere bescherming van artikel 185 WVW geldt daarom niet op dezelfde manier voor de bestuurders van deze voertuigen.
Wie is aansprakelijk bij een aanrijding met een fietser of voetganger?
Wanneer een rijdend motorrijtuig betrokken raakt bij een ongeval waarbij een fietser of voetganger schade oploopt, geldt in beginsel artikel 185 WVW. De eigenaar of houder van het motorrijtuig is dan aansprakelijk, tenzij hij kan aantonen dat sprake is van overmacht.
Hierdoor hoeft een fietser of voetganger niet altijd te bewijzen dat de automobilist een verkeersfout heeft gemaakt. Dat is een belangrijk verschil met veel andere verkeersongevallen.
De bescherming betekent overigens niet dat iedere fietser of voetganger automatisch alle schade vergoed krijgt. Bij de beoordeling spelen onder meer de leeftijd van het slachtoffer, het gedrag van beide verkeersdeelnemers en de omstandigheden van de aanrijding een rol.
De 50%-regel bij fietsers en voetgangers
Voor fietsers en voetgangers van 14 jaar en ouder geldt bij een aanrijding met een motorrijtuig in beginsel de zogenoemde 50%-regel.
Heeft de fietser of voetganger zelf een verkeersfout gemaakt, maar kan de eigenaar of houder van het motorrijtuig zich niet op overmacht beroepen? Dan wordt doorgaans minimaal 50% van de schade van de fietser of voetganger vergoed.
Stel dat een fietser van 35 jaar een voorrangsfout maakt en wordt aangereden door een automobilist. De totale schade bedraagt € 10.000. Wanneer de 50%-regel van toepassing is, heeft de fietser in beginsel recht op minimaal € 5.000 schadevergoeding.
Afhankelijk van de omstandigheden kan dat bedrag hoger uitvallen. Bijvoorbeeld wanneer ook de automobilist een verkeersfout heeft gemaakt of de billijkheid een hogere vergoeding rechtvaardigt.
Er zijn uitzonderingen op deze bescherming, waaronder overmacht aan de zijde van de automobilist en opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid aan de zijde van de fietser of voetganger. De eisen die hiervoor gelden, zijn streng.
De 100%-regel voor kinderen jonger dan 14 jaar
Bij kinderen jonger dan 14 jaar gaat de bescherming nog verder. Wanneer een kind als fietser of voetganger wordt aangereden door een motorrijtuig, wordt de schade in beginsel volledig vergoed.
Deze zogenaamde 100%-regel houdt rekening met het feit dat jonge kinderen verkeerssituaties minder goed kunnen inschatten. Een kind kan onverwacht oversteken, plotseling afslaan of een voorrangssituatie verkeerd beoordelen.
Dat betekent niet dat een automobilist nooit een beroep op een uitzondering kan doen. Bij opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid kan de situatie anders liggen. In de praktijk is de beschermingsdrempel voor jonge kinderen echter bijzonder hoog.
Meer over de aansprakelijkheid bij jonge slachtoffers staat op onze pagina over een kind dat is aangereden in het verkeer.
Wat als een voetganger wordt aangereden door een fietser?
Bij een botsing tussen een gewone fietser en een voetganger ligt de aansprakelijkheid anders dan bij een aanrijding met een auto. Omdat er geen motorrijtuig betrokken is, geldt de bijzondere risicoaansprakelijkheid van artikel 185 WVW niet.
De aansprakelijkheid wordt dan beoordeeld aan de hand van de gewone regels over onrechtmatige daad en eventuele eigen schuld.
Zo kan een fietser aansprakelijk zijn wanneer hij onvoldoende oplet en tegen een voetganger botst. Maar een voetganger die plotseling en zonder te kijken een fietspad oversteekt, kan eveneens zelf hebben bijgedragen aan het ongeval.
Bij de beoordeling wordt onder meer gekeken naar:
- De plaats waar de aanrijding plaatsvond.
- De voorrangsregels en andere verkeersregels.
- De snelheid en het gedrag van de fietser.
- De vraag of het ongeval voorkomen had kunnen worden.
- Eventuele verkeersfouten van beide betrokkenen.
Wanneer beide partijen hebben bijgedragen aan het ontstaan van de schade, kan dat leiden tot een verdeling van de aansprakelijkheid.
Wie is aansprakelijk bij een aanrijding tussen twee fietsers?
Ook bij een botsing tussen twee gewone fietsers geldt artikel 185 WVW doorgaans niet. Er wordt gekeken naar de verkeersregels, de oorzaak van het ongeval en de mate waarin de betrokken fietsers zorgvuldig hebben gehandeld.
Denk bijvoorbeeld aan een fietser die onverwacht links afslaat zonder richting aan te geven, of iemand die een ander gevaarlijk inhaalt. Wanneer hierdoor een ongeval ontstaat, kan de veroorzaker aansprakelijk zijn voor de schade.
In sommige gevallen hebben beide fietsers een aandeel in het ontstaan van de botsing. De schade kan dan naar verhouding worden verdeeld, waarbij ook een eventuele billijkheidscorrectie een rol kan spelen.
Bij aansprakelijkheid tussen particulieren kan een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) van belang zijn.
Wanneer is er sprake van overmacht?
Een automobilist kan onder artikel 185 WVW aan aansprakelijkheid ontkomen wanneer hij met succes een beroep doet op overmacht. Daarvoor gelden strenge voorwaarden.
De bestuurder moet zelf rechtens geen enkel verwijt kunnen worden gemaakt. Bovendien moet een eventuele fout van de fietser of voetganger zo onwaarschijnlijk zijn geweest dat de automobilist daar redelijkerwijs geen rekening mee hoefde te houden.
Alleen stellen dat de fietser door rood reed of geen voorrang verleende, is dus onvoldoende om overmacht aan te tonen.
Ook een bestuurder die zich aan de maximumsnelheid hield, kan aansprakelijk zijn. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar de verkeerssituatie, het zicht, de oplettendheid en de mogelijkheid om tijdig op gevaar te reageren.
Welke schade komt voor vergoeding in aanmerking?
Bij letselschade na een verkeersongeval kan de schade aanzienlijk verder gaan dan de eerste medische kosten. Soms ontstaan financiële problemen doordat iemand tijdelijk niet kan werken. Ook langdurige klachten kunnen gevolgen hebben voor het dagelijks leven.
Afhankelijk van de omstandigheden kunnen onder meer de volgende schadeposten voor vergoeding in aanmerking komen:
- Medische kosten: behandelingen, medicijnen en andere kosten die niet door de zorgverzekering worden vergoed.
- Inkomensverlies: gemiste inkomsten doordat iemand tijdelijk of blijvend minder kan werken.
- Huishoudelijke hulp: kosten voor werkzaamheden die door het letsel niet meer zelfstandig kunnen worden uitgevoerd.
- Reiskosten: vervoer naar medische behandelingen en andere noodzakelijke afspraken.
- Materiële schade: beschadigde kleding, een fiets of andere persoonlijke eigendommen.
- Smartengeld: een vergoeding voor pijn, verdriet en verlies aan levensvreugde.
- Toekomstige schade: financiële gevolgen van blijvende beperkingen of langdurige zorgbehoefte.
Welke bedragen daadwerkelijk kunnen worden verhaald, hangt af van de aansprakelijkheid, het verband tussen het ongeval en de schade en de individuele omstandigheden.
Wat kunt u doen na een aanrijding?
Na een aanrijding is het belangrijk om niet te snel conclusies te trekken over de schuldvraag. Zelfs wanneer u denkt zelf een verkeersfout te hebben gemaakt, kan de schade geheel of gedeeltelijk vergoed worden.
Laat lichamelijke klachten medisch beoordelen en probeer zoveel mogelijk informatie over het ongeval te bewaren. Foto's van de verkeerssituatie, contactgegevens van getuigen en eventuele camerabeelden kunnen later van grote waarde zijn.
Bewaar daarnaast medische documenten, bonnetjes en gegevens over gemiste inkomsten. Ook klachten die pas later ontstaan, kunnen relevant zijn voor de uiteindelijke schadebegroting.
Wanneer een verzekeraar de aansprakelijkheid afwijst vanwege eigen schuld, betekent dat niet automatisch dat die afwijzing juridisch terecht is.
Letselschade na een aanrijding laten beoordelen
Een verkeersfout hoeft dus niet te betekenen dat u zelf alle financiële gevolgen van een ongeval moet dragen. Vooral bij aanrijdingen tussen een motorrijtuig en een fietser of voetganger bieden de wettelijke aansprakelijkheidsregels belangrijke bescherming.
Sparta Legal beoordeelt de omstandigheden van verkeersongevallen en helpt slachtoffers bij het verhalen van hun letselschade. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de verkeersregels, maar ook naar de medische, financiële en persoonlijke gevolgen.
Meer informatie over juridische bijstand vindt u op onze pagina's over letselschade na een aanrijding op de fiets en letselschade na een aanrijding als voetganger.
Logische vervolgstappen